SPORTIEVE TOPTALENTEN OVER SPORT EN SCHOOL

Traiectum Sportcampus organiseerde begin maart een meeting met docenten, sportcoaches en topsporters in de zoektocht om ambitieuze sporters zo goed mogelijk te begeleiden tijdens hun sport en school. Afgelopen (dinsdag 23 maart) gaven SportUtrecht en FC Utrecht vanuit Traiectum Sportcampus hier een vervolg aan door met negen jonge Utrechtse sporters uit verschillende sporten het gesprek aan te gaan over hun ervaringen met de combinatie van sport en school. Een ding hebben de sporters met elkaar gemeen: elke week zwoegen en zweten ze een 10 tot 15 uurtjes per week op het veld, in de zaal, op de baan, in het water of in het krachthonk. En iedereen heeft zo zijn eigen grote sportieve dromen om na te jagen.

De stem van de sporter

Onderwijs neemt een belangrijke rol in bij de ontwikkeling van (sportief) talent. Afgelopen dinsdag kamen de ambitieuze en jonge sporters aan het woord. Want waar beter te beginnen dan bij de sporters zelf? Zo brengen de sporters zelf in kaart wat zij nodig hebben en trekt Sportcampus Traiectum hier wijze lessen uit om de topsportende scholieren en studenten nog beter te kunnen begeleiden. Hieronder worden de verschillende inzichten toegelicht.

Staat sport of school op nummer één?

‘Wat staat op nummer 1? Je school of je sport?’. Deze vraag werd verschillend beantwoord. Voor een aantal was dit duidelijk de sport terwijl anderen juist hun school absoluut op één zetten. Voor Kevin, voetballer bij FC Utrecht o.18, staat sport torenhoog op één: ‘Ik heb mijn startkwalificatie en probeer wel mijn propedeuse te halen. Maar juist in deze belangrijke fase waarin ik kan doorstromen naar de top wil ik alles op alles zetten om dat te gaan waarmaken’. William Knol, middellange afstandsatleet bij Utrack, ziet het iets genuanceerder: ‘Ik hou van hardlopen, en pak liever een krappe voldoende dat dat ik een training mis. Wel zie ik school als voorwaarde om te kunnen sporten. Mijn ouders vinden het ook belangrijk en die zorgen dat ik elke dag kan trainen’. Een groot gedeelte van de sporters zet echter de school op de eerste plaats. ‘Ik wil niet alleen goed worden in volleybal, ik wil ook geneeskunde gaan studeren. Van mijn sport kan ik niet gaan leven, dus ik zet mijn school en studie op 1’, zo vertelt Julia van Eck, VVU.

Leren van elkaar

Deze stelling keverde een mooie discussie op. Openhartig spraken de sporters over hun motivatie voor zowel sport als school en welke factoren daarin volgens hen een rol spelen. Ze vertelden over wat al goed gaat, wat ze nog missen en fantaseren over de ideale situatie als álles open ligt.

  1. Persoonlijk contact en topsportmindset
    Allereerst geven de sporters aan dat het persoonlijke contact met zowel de coach als de docenten en mentoren op school erg belangrijk is. ‘Ik wil graag dat mijn mentor begrijpt waar ik me elke dag keihard voor inzet, dat ze weten waarvoor ik het doe’. Bij het ROC Sportcollege loopt een topsportbegeleider rondt die om de week de sporters opbelt met de vraag ‘Hé hoe gaat het, alles ok?’. Deze interesse en kennis van de topsportwereld werkt motiverend voor de sporters.
  2. Stok achter de deur
    Ten tweede geven de sporters aan dat hulp bij de discipline voor schoolwerk zou helpen. Iemand die je helpt met het plannen en dit ook controleert. Die stok achter de deur is fijn om te kunnen focussen.
  3. Rust, reinheid en regelmaat
    ‘Als jij het mocht bepalen, hoe ziet dan de ideale week eruit?’ De sporters gaven aan dat een duidelijk en strak ritme optimaal zou zijn: elke dag van 9 tot 5 gestructureerd en gepland komt alles van school en sport aan bod komt. Daarna naar huis, eten en slapen. ‘De structuur zou mij rust geven, waardoor ik beter kan gaan presteren,’ licht Kevin toe. Dit doet mij denken aan het advies van de oma van voormalig topzwemmer Pieter van den Hoogenband: ‘zorg dat je rust, reinheid en regelmaat in je programma inbouwt’. Iets wat voor hem werkte en wat hij nog vaak aanhaalt in zijn adviezen aan toekomstige Olympiërs.
  4. Ruimte voor werk en ontmoetingen
    Ten slotte is er ook over een ruimte gesproken waar je terecht kunt om tussen school en trainingen door je huiswerk te maken. ‘Fijn!’, klinkt het bijna volmondig. ‘Ik zou daar graag gebruik van maken, maar het is dan wel fijn dat je daar ook echt moet werken’, geeft Stein van VVU aan. Ook Tilman van UZSC ziet zichzelf daar wel gebruik van maken en denkt dat ook huiswerkbegeleiding hier goed bij zou passen. ‘Als ik een les mis, is het soms moeilijk om de stof alleen in te halen, hulp daarbij zou fijn zijn’.

Naast een goede werkplek vinden de sporters een plek waar ze hun maaltijdje kunnen opwarmen en opeten en waar ze elkaar kunnen ontmoeten ook een goed idee. ‘Het is leuk om elkaar te leren kennen’, vertelt Isabella van UZSC. ‘Ik dacht de voetballers allemaal stoere mannetjes waren, maar ik ben er nu achter gekomen dat zij ook gewoon heel veel en hard trainen net als wij!’, verbaasde haar teamgenootje zich.

Kortom, we leren veel van de sporters zelf en hun inzichten nemen we graag mee in het verder creëren van onze droom. Traiectum Sportcampus wil samen met partners de ambitieuze (top)sporters optimaal gaan begeleiden zodat zij hun dromen kunnen waarmaken en daarmee de rest van Utrecht inspireren om ook in beweging te komen.

Nieuwsgierig?

Neem contact op met Amarens Genee, amarens.genee@sportutrecht.nl